Natuurlijk, de afgelopen maand is in Den Haag hard gewerkt: politici liepen de deur bij elkaar plat om voor Prinsjesdag tot een sluitende begroting te komen (tot op het moment van schrijven van dit artikel overigens zonder resultaat), maar de officiële start van het parlementaire seizoen is pas volgende week. Dan keert het parlement terug van zomerreces. En beginnen de debatten weer.
Over anderhalve week (op 10 september) bijvoorbeeld debatteert de Tweede Kamer met minister Vijlbrief over zoals dat heet ‘pensioenonderwerpen’. Uiteraard voorziet de Koepel Gepensioneerden de verschillende woordvoerders van relevante informatie om daarbij goed beslagen ten ijs te komen en de minister aan de tand te voelen.
Koepelvoorzitter John Kerstens: ‘Wat ons betreft, wordt in ieder geval aandacht besteed aan de voor gepensioneerden belangrijke onderwerpen koopkracht en zeggenschap. Zo is bijvoorbeeld het mede op initiatief van de Koepel tot stand gekomen onderzoek naar mogelijke aanvullende instrumenten die pensioenfondsen beter in staat moeten stellen om pensioenen ook echt koopkrachtiger te maken inmiddels afgerond.
Was toenmalig minister Van Hijum nog positief over die instrumenten, Vijlbrief maakt zich er een beetje met een Jantje van Leiden van af. Die legt de bal weer terug bij pensioenfondsen: in 2028 gaat-ie vervolgens kijken of dat wat heeft opgeleverd. Dat is de boel op de lange baan schuiven. En dat kan echt niet. De Kamer moet hier echt actiever in zijn. We weten eigenlijk nu al dat zowat geen van de fondsen die de afgelopen twee jaar naar het nieuwe stelsel is overgestapt in januari de inflatie gaat bijhouden. Dat betekent dus (opnieuw) koopkrachtverlies voor gepensioneerden. Zeker: mensen hebben bij die overstap een zogenaamde ‘invaarbonus’ gekregen, maar als je pensioen vervolgens elk jaar minder stijgt dan je boodschappen duurder worden, kachel je toch weer achteruit. En dat was niet de belofte van de nieuwe wet. Niet afwachten dus als Kamer, maar erbovenop blijven zitten.
Hetzelfde geldt als het gaat om de zeggenschap van gepensioneerden over wat er met hun pensioencenten gebeurt. Er ligt een opdracht van de Kamer aan de minister om daar werk van te maken. Wat we horen, is echter een oorverdovende stilte. Daar moet verandering in komen. Het is niet meer dan een logische vraag dat de mensen, van wie het geld tenslotte is, daar ook iets over te zeggen krijgen. Meer dan nu. Tenslotte zal ook aandacht gevraagd worden voor de opstelling van De Nederlandsche Bank. Die dwingt pensioenfondsen min of meer de interpretatie van DNB over de nieuw wet toe te passen. En die komt erop neer dat elke keer keuzes ten nadele van gepensioneerden worden gemaakt. En dat is, om in pensioentermen te blijven, verre van evenwichtig.’
In het begin van het artikel ging het over de begroting. Uiteraard zit de Koepel Gepensioneerden ook daar bovenop. Om te kijken bijvoorbeeld of toch niet via een of andere manier sprake is van een verdere fiscalisering van de AOW, waardoor gepensioneerden een nog groter deel van hun AOW zelf gaan betalen.
