AOW-plannen ‘op pauze’. Maar alertheid blijft geboden
Zelf noemt het kabinet het inmiddels ‘een valse start’: het in het coalitieakkoord openomen plan om in de toekomst de AOW-leeftijd een-op-een te laten meestijgen als de gemiddelde levensverwachting omhoog gaat. Een jaar langer leven betekent dan een jaar langer werken, in ieder geval een jaar later AOW. Tijdens het debat over het coalitieakkoord in de Tweede Kamer was het hét onderwerp van gesprek.
Nu kan het natuurlijk niet anders dan dat dit al was ingecalculeerd door coalitiepartijen CDA, D66 en VVD. Ze hebben immers geen meerderheid (niet in de Tweede Kamer en ook niet in de Eerste Kamer) en iedereen weet: met plannen om aan de AOW te sleutelen, maak je je niet populair. Bovendien had men in datzelfde coalitieakkoord al aangegeven over dit onderwerp afspraken te willen maken met sociale partners (vakbonden en werkgevers, ook wel ‘de polder’ genoemd). Een meerderheid in het parlement moeten halen èn afspraken maken met de polder betekent dus dat van begin af aan duidelijk was dat het oorspronkelijke plan het niet zou gaan redden. Onhandig manouevreren in zowel Kamer als richting vakbonden en werkgevers maakte dat vervolgens helemaal duidelijk. Bij het kennismakingsgesprek tussen kabinet en vakbonden hielden die laatsten het na het eerste kopje koffie al voor gezien. Zoals CNV-voorzitter Piet Fortuin het na afloop van het gesprek verwoordde: ‘Eerst een draai om de oren van het kabinet, dan een uitgestoken hand, dat werkt natuurlijk niet.’
Daarom was het geen verrassing dat afgelopen week naar buiten kwam dat het kabinet z’n AOW-plan ‘op pauze’ zet en de SER (Sociaal Economische Raad, een adviesorgaan van de regering waarin vakbonden, werkgevers en onafhankelijke Kroonleden zitting hebben) vraagt om advies uit te brengen. Waarover precies, dat is nog niet duidelijk. John Kerstens, voorzitter van de Koepel Gepensioneerden: ‘In de wandelgangen hoor je dat de SER advies zal worden gevraagd over duurzame inzetbaarheid (gezond je pensioen halen), maar ook dat het zou gaan om een adviesaanvraag over de toekomst van de sociale zekerheid. Twee belangrijke onderwerpen, maar twee keer geen onderwerpen waarvan een eventuele verandering van de AOW hoofdbestanddeel zou (moeten) zijn. Bovendien: de SER heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van het pensioenakkoord uit 2019 waar het kabinet nu met z’n AOW-plan van afwijkt. SER-voorzitter Kim Putters heeft zich dan ook al stevig tegen die inbreuk op de gemaakte afspraken uitgesproken. Duidelijk is dat het kabinet met een adviesaanvraag tijd wint (of verliest, het is maar net hoe je het bekijkt). De SER staat immers niet bekend als ultrasnel. Overigens hebben vakbonden, die dus zelf in de SER zitten, direct aangegeven een adviesaanvraag als olie op het vuur te beschouwen. Dus het is überhaupt de vraag of zo’n adviesaanvraag er komt.’’
Kerstens is er trouwens niet automatisch gerust op nu het AOW-plan even in de ijskast gaat: ‘Je kunt aan de buitenkant vaak niet zien of iets nou een gevolg is van geklungel of van een uitgekiende strategie. Feit is dat inmiddels de halve wereld is gevraagd om na te denken over de toekomst van de AOW. En daarmee is voor je het weet het zaadje geplant dat er wel íets moet gebeuren. Niet iedereen zal (blijven) zeggen dat er niks mag veranderen. Laten we vooral opletten dat dit plan, waarvan huidige AOW-ers geen last hebben, straks niet ineens wordt ingewisseld voor een plan waarbij de rekening geheel of gedeeltelijk juist wel bij ouderen wordt neergelegd.’
