Koopkracht senioren? Oppassen geblazen

De Koepel Gepensioneerden maakt zich sterk voor de koopkracht van senioren. Of het nou gaat om het waarmaken van de grote belofte van de nieuwe Pensioenwet (‘beter zicht op een koopkrachtiger pensioen’), het vasthouden van de koppeling tussen het wettelijk minimumloon en de AOW (waardoor die laatste welvaartsvast is) of het voorkómen dat een groter deel van de kosten van de AOW bij senioren zelf wordt neergelegd. En dat doet de Koepel Gepensioneerden niet voor niks: senioren bungelen werkelijk al jarenlang onderaan alle koopkrachtlijstjes. Jaar in jaar uit. Elke keer opnieuw.
Logisch dat de Koepel zich daar sterk voor maakt dus, zou je denken. Maar daar wordt soms toch anders over gedacht. Werd eerder al (ook door politiek Den Haag) de hierboven bedoelde koppeling ter discussie gesteld, afgelopen zomer kwamen allerlei berichten naar buiten over een ‘onbetaalbaar wordende AOW’. En deze week verschenen verschillende artikelen en opinies die erop neerkomen dat een koopkrachtig pensioen eigenlijk helemaal niet zo nodig is, omdat (zwart-wit gesteld) gepensioneerden ‘de vetste spaarrekeningen en de minste uitgaven’ hebben. Natuurlijk wordt er dan ergens achter een komma of tussen haakjes wel aan toegevoegd dat dat lang niet voor alle gepensioneerden telt, maar toch: er is weer een zaadje geplant.
‘Kwalijk’, vindt Koepelvoorzitter John Kerstens dat: ‘maar passend in een trend: denk maar aan al die artikelen over pensioen die worden geïllustreerd door foto’s van oudere stellen die met hun camper van het welbekende Zwitserlevengevoel genieten. Dat gun ik zo’n stel overigens van harte, maar laten we niet doen of dat voor alle senioren geldt. Bovendien: de bedoeling van pensioen, van oudsher al, is dat je na je pensionering min of meer dezelfde levensstandaard kunt aanhouden. Daar heb je je hele leven voor gewerkt. Dat het oude pensioenstelsel, door vaker niet dan wel de pensioenen aan te passen aan de gestegen prijzen, dat niet waarmaakte was nou net de voornaamste reden dat er een nieuw stelsel moest komen. Een nieuw stelsel waarvan nota bene de grootste belofte was dat het beter zicht op een koopkrachtiger pensioen moet bieden. De AOW is er om te voorkomen dat je op je oude dag niet in armoede vervalt, het aanvullend pensioen is voor precies wat de naam aangeeft: een aanvulling op je AOW die ervoor moet zorgen dat je ook na je arbeidzame leven vol in het leven kunt blijven staan. Bovendien zit bij veel senioren hun “vermogen” in het huis dat ze ooit kochten. In stenen, wordt dat wel eens genoemd. Dat is nog iets anders dan in je portemonnee. Ik moet de eerste supermarkt nog tegenkomen met een aparte kassa waar ouderen hun boodschappen met die stenen kunnen afrekenen.’